vrijdag 3 februari 2023

Rijden maar!

Vrijdagochtend, kwart voor negen. Ik heb Daan net naar school gebracht en rij nu Stokkem City in. Ik ben zeer benieuwd naar het verkeerspark van de provincie Limburg. Een samenwerking tussen PLOT Politieschool en de dienst Mobiliteit. Mijn collega Jan vroeg me al een paar keer of ik eens wou langskomen, en op mijn vrije dag is dit het uitgelezen moment om op zijn uitnodiging in te gaan. En er zal ook wel een tasje koffie bij komen kijken.

Dit vliegende verkeerspark daalt doorheen het schooljaar neer in verschillende regio’s in Limburg. Alle lagere scholen krijgen dan de kans om hun vijfde en zesde leerjaar kennis te laten maken met de verkeersregels.

Zaal Nieuwenborgh staat opgesteld met verschillende soorten kruispunten. Gebodsborden, verbodsborden, voorrangsborden, verkeerslichten, een rotonde… Op de grond zijn alle lijnen getrokken die de rijbanen en fietspaden aangeven. Het is een prachtig zicht.

“Wel een pak werk,” zeggen Rik en Francis, twee gepensioneerde rijkswachters die als vrijwilligers meehelpen het verkeerspark uit te baten. “Al die stickers plakken neemt toch wel twee dagen in beslag. En die palen wegen wel wat. Die moeten we samen met de voertuigen telkens in en uit de kelder dragen. Gelukkig is er een lift, maar het blijft redelijk onhandig.”

De zaal wordt immers voor nog meer doeleinden gebruikt, en de stad organiseerde er een paar dagen eerder nog een vrijwilligersfeest.

Jan Berden, eerste inspecteur van de federale politie en technisch en logistiek medewerker van de politieschool, heeft alle fietsen en gocarts persoonlijk opgekalefaterd. Vroeger deed hij ook patrouille bij de Rijkswacht in Brussel. “Ik ben daarmee gestopt en uiteindelijk in 2014 het verkeerspark van de Cel Preventie en Educatie van de Federale Wegpolitie gaan versterken. Ik was daarvoor zeer gemotiveerd, omdat ik als kind al zot was van het verkeerspark en het altijd al zelf wou doen. Maar vooral omdat er ooit een zesjarig meisje in mijn armen gestorven is,” vertelt hij. “Blindelings overgestoken op een plaats waar ze dachten voorrang te hebben. Gegrepen door een auto. De papa reed er vijf meter achter en heeft het allemaal moeten aanzien. Verschrikkelijk, dat wou ik nooit meer meemaken. Nog meer, ik wou zo'n ongevallen mee helpen voorkomen.”

De klok slaat negen. Nog geen school te zien. Een kwartier later neemt Jan contact op met de juffrouw. Blijkt dat de klas al een half uur buiten in de kou staat de wachten op de bus. Telefoontjes naar de stadsdiensten. Foutje in de planning. Jan belt verder rond, de les wordt verplaatst naar maandagnamiddag, de volgende groep mag nu wat eerder komen.

Terwijl we wachten, halen de mannen nog meer herinneringen op. Hoe ze ooit met een sectie (negen man) tegenover een opstand van 4 à 5000 mensen stonden. Hoe ze besmeurd geraakten door ontploffende kippen met eindejaarsbommetjes in hun kont geduwd die over hun hoofd werden geworpen. Ongelooflijk wat politiemensen soms meemaken.

Groep twee van de dag, door onvoorziene omstandigheden gepromoveerd tot groep één, arriveert. Een twaalftal jongens en meisjes uit het zesde leerjaar, een diverse groep met een paar haantjes en een paar muurbloempjes. Ze trekken grote ogen bij het aanschouwen van het verkeerspark. Dit is hun speelmat van op hun slaapkamer thuis, met straten en speelgoedautootjes, maar dan in reuzenformaat.

Jan geeft hen ongeveer een uur lang uitleg over alle verschillende verkeerssituaties en verkeersregels, hij steekt er af en toe een mopje tussen, hij probeert het wat interactief te houden maar het lukt niet echt. “Een heel passieve klas,” zegt hij tegen mij. “Ik moet er alles echt uit sleuren. Zo tam, dat was gisteren wel anders. Toen stonden ze te drummen met vingers in de lucht.”

Na alle theorie is het tijd voor de praktijk. Een half uurtje rondrijden. De groep verdeelt zich in twee; de ene helft op de fiets, de andere in de gocarts. Na een kwartier wisselen ze van voertuig. De drie begeleiders geven aanwijzingen wanneer de kinderen ergens een foutje maken. Of om hen een andere route te laten volgen, want al snel is duidelijk dat sommigen steevast de grote kruispunten vermijden en op de “ring” blijven.

Aan het einde organiseren ze een wedstrijdje, een afvalrace. Wie nu een fout maakt, moet het parcours verlaten. Zo blijven er uiteindelijk twee laureaten over. Ze komen samen aan de verkeerslichten voor een kleine quiz. De twee meisjes in kwestie blijken even sterk, en er is deze keer geen grote overwinnaar. Ze krijgen allebei een prijs! En de juffrouw ontvangt ook nog een pakketje om in de klas uit te delen aan de anderen.

De groep vertrekt terug naar school. “Ik hoop dat ze er iets van geleerd hebben,” zegt Jan. “Tegen het einde aan merkten we wel dat het veel vlotter ging. Maar het zou niet de eerste keer zijn dat ik kinderen die naar ons verkeerspark zijn gekomen, een tijdje later in de krant zie staan… Wij kunnen alleen maar ons best doen om hen iets bij te brengen.”

Ik neem afscheid van de mannen. Hun passie voor deze manier van voorlichten is overduidelijk. Maar de leeftijd begint hun wat parten te spelen. “We hebben dringend nood aan jong bloed,” zegt Jan. “Eigenlijk zou ik nu al een vaste assistent moeten hebben, die het later van mij kan overnemen. En we hebben ook nieuwe vrijwilligers nodig. Daar zou wat meer in geïnvesteerd mogen worden. In ieder geval ben ik blij dat het PLOT het verkeerspark heeft kunnen redden in 2016, toen het dreigde afgeschaft te worden. Want zeg nu zelf: een kinderleven is toch onbetaalbaar?”

 

Mee info over het mobiele verkeerspark vind je op https://www.limburg.be/loket#73844

Geen opmerkingen:

Een reactie posten