dinsdag 30 mei 2017

Waaila


© Tanja Drijkoningen
Op een zonnig terrasje in de oude bovenstad van Zagreb probeerden we een woord te bedenken om de positieve variant van lawaai te benoemen. Gezellig geroezemoes klinkt nogal lang in tijden van hypewoorden als hygge. Ik besloot er een Hawaiiaans accent aan te geven en draaide het woord gewoon om, volgens het principe van het omgekeerde is het tegengestelde: waaila. Het werd positief onthaald.

We zaten echt te genieten deze laatste uurtjes op Kroatische bodem. Elf vrienden die het Hemelvaartweekend samen op een vierdaagse reis gingen om een onbekende stad te exploreren. En exploreren deden we! De eerste dag een rondwandeling langs parken, musea en kerken. Een beetje op voorhand uitgestippeld maar ook wel wat op goed geluk. Er is heel veel te bezichtigen in Zagreb, maar met zo’n grote groep is het moeilijk iets te kiezen wat iedereen tof vindt. Zo verzeilden we wel in het Museum of Broken Relationships, waar ik aangenaam verrast werd dat het hier niet alleen romantische relaties betrof, maar ook vriendschappen en familiebanden. Vooral het tekstje van een vader, geschreven de laatste keer dat hij zijn kinderen zag, raakte me diep.

’s Ochtends bezochten we eerst met twee koppels de botanische tuin, terwijl de rest van de groep een rondje ging joggen. In de tuin kregen we het idee enkele geocaches te zoeken, maar tevergeefs. Verstopplaatsen in de stad zijn blijkbaar heel anders dan die in de natuur, en we geraakten niet wijs uit de hints. 's Middags leidden we onze sportieve vrienden rond in de tuin alvorens de wandeling doorheen de stad te beginnen. Het was snel duidelijk: er is veel groen in Zagreb.

Na de wandeling gingen we verder naar het restaurant dat we op voorhand gereserveerd hadden: Trilogija. Toevallig gekozen omwille van de goede ligging: eindpunt van de wandeling, startpunt van de avondactiviteit. Ze hebben geen vaste kaart, maar elke dag een ander menu afhankelijk van de buit die ze op de plaatselijke markt vergaren. De mix van voorgerechtjes was heel lekker, mijn hoofdschotel met kip daarentegen viel wat tegen. Die hadden ze naar mijn smaak toch wat langer mogen braden. De groentjes erbij waren wel top.

© Wout Weijtjens
Weer buiten werden we al opgewacht door Iva Silla, onze gidse voor de nachtelijke rondleiding van Secret Zagreb: Ghosts and Dragons. Het spookverhaal leidde ons langs huizen met gestorven mensen, kruispunten waar heksen samen kwamen, een kerkhof met Illuminati-symbolen en ook het plaatselijk observatorium waar we Jupiter zagen met de vier grootste manen; ik vergeet je nooit meer, Callisto (bedankt voor de opfrissing, Robin)! Iva vertelde over een vreemde kleuterschool met een eng hobbelpaard, net zo eentje als we op het appartement hadden staan. Dat paard zou die nacht vast wel de ronde doen, dus ik besloot iedereen voor te zijn en het meteen op het toilet te verstoppen voordat ik ging slapen. Geen paard in mijn bed! ;)

De tweede dag namen we de bus naar het Mirogoj-kerkhof. Een immens uitgestrekt domein onmogelijk om helemaal te bezichtigen. Ook een beetje luguber om toerist te spelen hier, maar een bezoek aan een kerkhof is ook meer een bezoek van respect. Dit zijn allemaal mensen die de stad vormden zoals ze nu is, en deze blik in het verleden laat je nadenken over de dag van vandaag, en de toekomst die je zelf ook nog kunt vormen.

Namiddag was het tijd voor de tweede plezierige rondwandeling, nu op zoek naar allerlei vormen van Street Art, de kunst achter graffiti. We kwamen zelfs in een park terecht waar we de artiesten aan het werk konden zien. De route was netjes voorbereid (bedankt Tanja en Wout!) en we kwamen op enkele mooie, verborgen plekjes van de stad terecht. Ongelooflijk hoe realistisch spuitbuspatronen er uit kunnen zien. Na de tour trokken we naar restaurant La Struk, met Štrukli als plaatselijke lekkernij. Op aanraden van Iva namen we de gewone versie, met gegratineerde zoete kaas. Die vond zij het lekkerst.

Dit was de eerste keer dat ik met deze groep mee op reis ging, en ik heb er ten volle van genoten. Het was heel speciaal, zo'n reiservaring delen met andere mensen, en het was zalig om te zien hoe iedereen meehielp met alle praktische zaken. Ik kijk al uit naar de volgende reis. Portugal, aqui vamos nós!

donderdag 4 mei 2017

Ik lees niet met mijn ogen; hij die met zijn ogen leest, is het gezicht van zijn vader vergeten. Ik lees met mijn hart.

Om de paar jaar lees ik doorheen de “Dark Tower”-reeks van Stephen King. Dit epische verhaal van acht boeken lang is zo meeslepend dat het me de echte wereld doet vergeten. King begon eind jaren zeventig het verhaal te schrijven, met de publicatie van het eerste boek in 1982. Het laatste boek verscheen in 2004, gevolgd door een zijverhaal gepubliceerd in 2012 dat zich afspeelt tussen boek 4 en 5. Ik heb de reeks pas ontdekt in 2003, toen de laatste drie delen aangekondigd werden en ook kort na elkaar verschenen. Het is een boekenreeks met een gedetailleerde en geloofwaardige wereld te vergelijken met Harry Potter van J.K. Rowling, en Odd Thomas van Dean Koontz.

Waar gaat het nu precies over? Een groep mensen bundelen hun krachten op reis naar het middelpunt van alle bestaan, waar de Donkere Toren wordt belaagd door kwade krachten. De reis start met één persoon: Roland Deschain, gunslinger (een soort Western-ridder), in een parallelle wereld. Het reisgezelschap groeit aan met Jake Chambers, Eddy Dean en Susannah Holmes, alle drie uit New York. Samen gaan ze op pad om te voorkomen dat de Toren, die alle werelden met elkaar verbindt, wordt verwoest.

Het kon niet anders of “The Dark Tower” zou dezelfde behandeling krijgen als menig boek van Stephen King: een verfilming of TV-serie. Een hele tijd geleden zei Ron Howard dat hij het fatsoenlijk ging aanpakken: een reeks films die het grote verhaal zouden vertellen, én TV-series om de zijweggetjes te bewandelen. Maar in Hollywood lopen de dingen niet altijd zoals gewenst. De plannen werden opgeborgen. Opeens kwam er een nieuw project aan het licht, opeens hadden we een cast, foto’s vanop de set, en nu ook een trailer.

Stephen King vertelde dat dit een nieuw verhaal van Roland is, en geen rechtstreekse adaptatie van de boeken. Het verhaal van Roland is immers een lus: hij eindigt steeds waar hij begint, met telkens kleine verschillen. 

Maar de verschillen zijn niet klein. Ik herkende veel zaken in de trailer, en hoewel een trailer slechts een voorproefje is van wat nog moet komen, ontbraken er toch ook veel zaken. Eddy Dean en Susannah Holmes, onder andere. De helft van de groep die in de boeken de reis maakt, valt nu nergens meer te bespeuren. Jake is er wel, maar hij heeft nu blijkbaar speciale krachten die niet in de boeken voorkwamen. Dat Idris Elba qua uiterlijk niet meteen het type Clint Eastwood is, heeft me nooit gestoord, hoewel ik me altijd heb afgevraagd hoe zijn relatie met Susannah dan zou verlopen. Ik veronderstel dat Susannah volledig schrappen uit het verhaal natuurlijk ook gewoon een oplossing is …


Ik vertrouw Stephen King. Het is een nieuw verhaal, een ander verhaal, met wat gelijkenissen. Deze film is eigenlijk een sequel, een vervolg op de boekenreeks. Ik ga dus naar de film kijken zonder een replica van de boeken te verwachten. Als ik die specifieke versie van het verhaal opnieuw wil beleven, start ik gewoon een nieuwe leesmarathon zoals ik al vele jaren doe. Maar toch kan ik het niet helpen ergens wel teleurgesteld te zijn. Ik had graag het oorspronkelijke verhaal in zijn geheel op het witte doek gezien, zoals veel boekenliefhebbers wel vaker over hun favoriete leesvoer denken. Maar hoe onbeperkt de mens is om zijn fantasie op papier tot leven te wekken, zo beperkt blijken de visuele kunsten te zijn. Een beeld zegt meer dan duizend woorden? Niet altijd … Maar ik denk dat ik van deze film toch ook wel ga genieten.

maandag 1 mei 2017

Boeken verslonden in april


April was vooral de maand van de speciale boeken. In maart las ik al het eerste boek van Danielewski's "The Familiar", en deze maand kwamen de andere drie aan de beurt. Dit zijn het soort boeken die alle regels van het schrijven door het raam gooien. Daarna was het even tijd voor een klassieker, "Dr Jekyll and Mr Hyde", een boek dat me verbaasde doordat het eigenlijk een collectie van zeven kortverhalen is.

Het werk van Mark Z. Danielewski brengt weer plezier in het lezen. “Into the Forest” is deel twee in zijn reeks “The Familiar”. Het nieuwe is er een beetje af, maar het blijft aangenaam lezen door 840 pagina’s creatieve bladspiegels, de unieke "syntax" van elk personage, en de speciale tekeningen/foto’s/afbeeldingen/figuren die er hier en daar tussen staan. Vooral het “bos” uit de titel letterlijk zien groeien op de pagina’s is een heel mooi effect. Centraal staat nog steeds het gezin Ibrahim, uitgebreid met het enigmatische poesje/oude kater. De verhalen van zowel dochter, vader als moeder vind ik de meest interessante om te lezen. Er gebeuren rare dingen met het meisje Xanther, waar toch meer mee aan de hand lijkt te zijn dan epileptische aanvallen. De hoofdstukken die draaien rond L.A. “gangster” Luther doen me echter terugdenken aan de schrijfstijl van Danielewski’s boek “Only Revolutions”: allemaal op zich verstaanbare woorden achter elkaar, maar toch vormen ze samen zinnen waar je soms niet wijs uit geraakt. Totaal onbegrijpelijk zijn dan weer de hoofdstukken over Jingjing in Singapore, waar je vaak niet eens het onderscheid kunt maken tussen het gebruik van persoonsnamen en het gebruik van een vreemde taal of dialect. Het vorige boek, “One Rainy Day In May”, speelde zich af op 10 mei 2014. “Into the Forest” speelt zich af ongeveer gedurende de daaropvolgende maand. Soms zijn er daardoor wat sprongen in de tijd, binnenin hetzelfde hoofdstuk, die niet altijd opvallen en waardoor ik soms een pagina terug moest draaien. Eén scène vulde me met afgrijzen, iets wat niet vaak gebeurt, en waardoor ik effectief even stopte met lezen. Er kwam een frituurketel bij te pas … 

Na "Into the Forest" was het meteen doorlezen met "Honeysuckle & Pain". Mijn bespreking daarvan is eigenlijk identiek aan wat ik hierboven over het vorige boek vertel. Maar dit derde deel is wel beter geschreven. Het verhaal komt meer naar de voorgrond. De typische stijl is er nog wel, maar Danielewski vertelt de gebeurtenissen duidelijker, via klare taal die minder poëtisch en abstract is en waarbij je minder moet nadenken over wat hij nu precies bedoelt. Deze verbetering valt vooral bij Luther goed op. En zelfs het perspectief van Jingjing begint wat leuker te worden om te lezen, omdat hij Singapore bijna gaat verlaten en de andere personages in Los Angeles gaat vergezellen. Er komen meer en meer verwijzingen naar elkaar tussen de verschillende personages, hoewel sommige heel enigmatisch zijn en je geen echte verklaring hebt hoe ze van elkaars bestaan weten. Ik vond het leuk dat de Ibrahims verwijzen naar computerspellen die ik zelf ook ken, en wat mijn connectie met deze personages nog sterker maakt. Het boek gaat verder halverwege de maand juni waar "Into the Forest" eindigde, en stopt zelf bijna anderhalve maand later, eind augustus.

"Hades" is deel vier in de reeks, en vind ik van kwaliteit tussen volume 2 en 3 zitten. De verschillende verhaallijnen gaan verder vanaf eind augustus en het boek stopt half september. Ze blijven intrigeren, vooral die van de Ibrahims. Zij treden nog meer naar de voorgrond, en andere personages zoals Luther en Jingjing, maar ook Isandórno, Özgür en Shnorhk lijken inhoudelijk minder van belang, hoewel ze ondertussen met elkaar gelinkt worden via extra personages. De vertelstem van Luther begint terug meer Spaans te bevatten en weer meer de stijl van "Only Revolutions" over te nemen. Jingjing is eindelijk aangekomen in L.A. maar blijft spijtig genoeg in zijn zeer vreemde taal vertellen. Ik heb zelfs het gevoel dat het erger wordt en er zelfs nog meer onverklaarbare woorden tussen zitten dan in de vorige boeken.

Als laatste boek in april las ik "Dr Jekyll & Mr Hyde" van Robert Louis Stevenson. Een tijdje geleden las ik van hem al "Treasure Island", en dat is voor mij toch het betere boek. Mede doordat Jekyll en Hyde eigenlijk maar een kortverhaal is van 55 pagina's! Het verhaal gaat ook heel anders dan ik dacht. Slechtst het laatste hoofdstuk wordt verteld vanuit het perspectief van Jekyll zelf. Daar praat hij over zijn experiment, zijn zoektocht naar de dualiteit van het menselijk bestaan (het beschaafde versus het primitieve) en zijn poging om die delen van de identiteit te isoleren. Het grootste stuk van het verhaal wordt verteld door een advocaat, en gaat vooral over de vreemde ontmoetingen met Hyde en een poging om te verklaren wat er precies aan de hand is. De welbekende clou is een plot twist, maar het verhaal stopt opeens na die revelatie in een brief die Jekyll aan de advocaat geschreven heeft, maar daar komt geen reactie meer op van de andere personages. De rest van het boek bevat nog zes andere kortverhalen van Stevenson. Een stuk van "The Merry Men" is heel moeilijk leesbaar omdat één van de personages constant in een Schots dialect praat. Maar de rest van het verhaal heeft heel veel oog voor detail wat betreft de beschrijving van de natuurkrachten. Echt mooie taal waarbij je u alles perfect kunt voorstellen. Alleen is het einde zo plots, onverwacht, en onverklaard. Toch vind ik dit het best geschreven qua taal. "Will o' the Mill" is wat saai in vergelijking met de andere, en gaf me een droevig gevoel. "Markheim" heeft het beste einde van de collectie, het verhaal vormt een mooi geheel. "Thrawn Janet" is veelal onleesbaar door het Schotse dialect. Dan zijn er nog het onopmerkelijke "Olalla", over een toevallige ontmoeting die tot een onbeantwoorde liefde leidt; en "The Treasure of Franchard", over het letterlijk uitvoeren van een filosofie over rijkdom, een verhaal waar de mooie taal van "The Merry Men" ontbreekt maar inhoudelijk wel het leukste is om te lezen, en net als "Markheim" tenminste een fatsoenlijk einde heeft.