vrijdag 30 augustus 2019

Boeken verslonden in augustus



Augustus was vooral gevuld met behangen, verven, meubels uit- en in elkaar vijzen, vloer leggen, opruimen, poetsen en verhuizen. Het enige papieren boek dat ik deze maand dus gelezen heb, is "Echo" van Thomas Olde Heuvelt.

Ik heb hem leren kennen dankzij mijn vriendin, die een exemplaar van zijn vorig boek "Hex" had. Heel intrigerend, spannend, maar ook grappig, een mooie combinatie die zich dan ook nog eens op herkenbare bodem plaatsvond en niet in het verre Amerika, waar dat soort verhalen wel vaker voorkomen, een hele hoop daarvan door Stephen King geschreven.

En de stijl van King herken je wel. Ook deze keer schetst Olde Heuvelt een meeslepend horrorverhaal. De setting, enerzijds Amsterdam en anderzijds de Zwitserse Alpen, is minder herkenbaar dan het klein Nederlandse dorpje Beek dat in "Hex" de hoofdrol had. Het boek is dikker, speelt fel met chronologie. Je merkt dat Olde Heuvelt groter wou gaan, maar verliest wat aan lezerverbondenheid.

Het boek start met een spannend hoofdstuk middenin de actie. Dan volgt een lange opbouw die helemaal niet zo eng of spannend is. Het heeft zijn momenten, maar er zit heel veel herhaling in. Misschien de bedoeling, het boek heet immers "Echo". De opbouw deed me meer denken aan de boeken van Dan Simmons dan aan die van Stephen King.

De hoofdstukken laten de personages afwisselend aan het woord. Ze worden vaak voorgesteld als dagboekfragmenten of verslagen na de feiten, zonder echt die vibe te hebben van "found footage" zoals sinds de Blair Witch met veel horrorfilms en -series het geval is.

Op het einde gaat het weer sneller, en het hoofdstuk vertelt vanuit het perspectief van een extra personage is eigenlijk boeiender dan al het voorgaande. Dit was ook een goed starthoofdstuk geweest. De climax van het verhaal is dan weer heel etherisch. Je weet niet goed wat er precies aan de hand is, waar ze zich precies bevinden, en met een onverwachte actie - een onderdeel van het verhaal waar ik totaal niet meer aan gedacht had - wordt de grote slechterik overwonnen. Wel wat goedkoop om het dan te vergelijken met de climax van het bekendste fantasy-verhaal ooit, maar goed, er staan wel meer verwijzingen in het boek.

Er zijn toch wel aspecten aan de stijl die wat wennen zijn. Een hoofdpersonage is Amerikaans, dus staat het boek vol Engelstalige woorden. Op zich niet zo storend; ze staan cursief gedrukt en in mijn ogen past het wel bij het personage. Maar er zijn ook veel Engelstalige woorden die niet cursief staan, dus heel consequent kun je het niet noemen. Hetzelfde hoofdpersonage, een ik-verteller, praat ook vaak over zichzelf in de je-vorm. Dat stoort feller dan het Engels.

Ten slotte nog enkele observaties over de cover. In de titel staat CH groter gedrukt: de afkorting voor Zwitserland, waar het verhaal zich merendeels afspeelt. Maar toevallig zag ik de cover weerspiegelt in onze badkamerspiegel en wat bleek, de titel is net hetzelfde, en ik zag nu een witte berg onder een duistere hemel. Dat vond ik best knap gedaan van de ontwerper!


Naast "Echo" las ik tussendoor nog eens een ebook. Als tegenprestatie voor de Engelse marketingcampagne om te stemmen voor mijn verhaal “Smakelijk” in de Europese flash fiction wedstrijd, kocht en las ik Suppose We van mijn oude schrijfmakker Geoff Nelder, het eerste deel van zijn “Flying Crooked” serie.

Geoff schrijft vooral science-fiction, of humoristische misdaad. Hij heeft goede ideeën, maar de uitwerking ervan valt niet altijd in mijn smaak. Het eerste hoofdstuk van zijn laatste boek leest heel chaotisch. Er zijn veel personages die ik moeilijk van elkaar kon differentiëren. De meeste dialogen zitten vol technische praat over het ruimtereizen. Reacties van personages op gebeurtenissen voelen ook heel onwezenlijk. Uiteraard is de wereld veranderd in de verre toekomst, en we verbazen ons steeds minder omdat we meer en meer zien en gewoon worden in ons leven.

Pas als de personages al een tijdje op de andere planeet rondlopen, begint het allemaal wat vatbaar te worden. Wat voor mij wel een groot probleem is, is dat het verhaal heel erg steunt op de dialogen. De personages geven commentaar op gebeurtenissen, zonder dat de gebeurtenissen zelf echt beschreven worden. Daardoor is het soms moeilijk om je voor te stellen wat er precies aan de hand is.

Het Franstalig hoofdpersonage laat regelmatig Franse woorden vallen die dan cursief gedrukt staan, maar dat cursief wordt niet consequent toegepast, en soms zijn er ook spellingfouten in het Frans. Maar dit zal een voornamelijk Engelstalig publiek niet echt opvallen.

Maar het verhaal zit goed in elkaar. Een expeditie naar een andere planeet als nieuwe kolonie voor de mensheid nadat onze Aarde niet langer geschikt is, klinkt logisch. Ze doen er wel 1000 jaar over om er te geraken. Dan crasht het ruimteschip en moet de bemanning verder improviseren. De plaatselijke bevolking negeert hen, en vliegt zelfs letterlijk door hun lichamen heen. Ze ontdekken een vlees- en materie-etende bacterie waarvoor ze een soort pesticide ontwikkelen. Uiteindelijk leggen ze contact met de buitenaardse wezens dankzij de artificiële intelligentie aan boord van hun schip. Een verschil in zwaartekracht, een toren beklimmen en in de kelder uitkomen, gebouwen zonder deuren of ramen, alles is zo alien als het maar kan zijn. Interessant genoeg om me benieuwd te maken naar het vervolg, waarvan ik hoop dat het toch nog eens die extra keer wordt nagelezen voor de publicatie.