woensdag 30 januari 2019

Choreografie


Francy steekt zijn oortjes in. Zijn duim rolt de volumeknop open. The Spinners overstemmen het razende verkeer dat achter hem de tunnel instuift. Hun “Rubberband Man” stroomt zijn lichaam in.

Francy wappert zijn armen heen en weer, buigt zijn hoofd achterover. Drijven de wolken nu iets sneller boven hem heen? Dat is het effect dat hij van de muziek verlangt, de hele wereld die het ritme volgt.
Blindelings bukt hij zich, grijpt de verfborstel bengelend aan de pot langs zijn voeten. Hij strekt zijn arm zijwaarts, springt omhoog, landt op één been, draait om zijn as en zwiept de borstel tegen de muur. Een blauwe veeg van rechtsonder tot linksboven. Verfdruppels glijden richting voetpad.

Het startschot is gegeven. Geen terugkeer mogelijk. Snel zijn nu, voordat de politie hem tegenhoudt.

Francy herhaalt de beweging maar nu op zijn andere been, tovert een kruis op de muur. Hij zet een stap achteruit, tikt met zijn voet op het ritme van de muziek.

Vreemd, hij had een hartje verwacht. Het eindresultaat ziet hij altijd heel helder voor zich, maar de eerste trekken van zijn muurschilderingen zijn altijd een verrassing.

Hij stapt naar de muur, wiegt met zijn heupen en vult het kruis op tot een rechthoek. Hij hangt de borstel aan de rand van de verfpot, moonwalkt voorbij de blauwe rechthoek naar zijn tweede pot. Wat had hij de jaren ’70 graag meegemaakt.

Hij bukt zich om de tweede borstel te nemen, werpt hem omhoog en vangt hem op als een jongleur, doopt hem in de verf. Hij valt de muur aan met witte vlekken. Een wolkenpatroon krijgt vorm. Scheerschuim. Slagroom.

Een pirouette tovert een derde, smallere borstel uit zijn binnenzak. Gewapend met gele verf schiet hij sterren in het hemelgewelf.
Bovenaan de muurschildering verschijnt in het midden de grootste ster van allemaal, een discobal die de aarde niet alleen verlicht en verwarmt maar ook begeestert. Want het leven heeft nood aan een soundtrack.

Nu het moeilijkste stuk. Een zelfportret onder de wolken, een dansende jongen die geniet van het leven en zich niets aantrekt van zijn klasgenoten die hem dikzak noemen.

Francy stapt achteruit en aanschouwt zijn creatie. Hij grijnst en knikt op het ritme van de laatste noten uit zijn walkman. Hij verzamelt alle potten en borstels en wandelt als de koning van de soul naar huis. Laat die pestkoppen hem dit maar eens na doen.


(Dit is het resultaat van een opdracht voor de opleiding Literaire Creatie aan de Genkse Academie voor Muziek, Woord & Dans, gegeven door Kaat Vrancken. Opdracht was een choreografie te schrijven waarbij de bewegingen van een personage zich afwisselen met zijn gedachten.)

zaterdag 26 januari 2019

Boeken verslonden in januari


Een aantal jaren geleden las ik “In One Person” van John Irving, het eerste boek dat ik van hem onder ogen kreeg. Ik was best onder de indruk en nam me voor de rest van zijn oeuvre ook te lezen. Zo kwam ik tijdens een bezoek aan enkele kringloopwinkels een exemplaar van “The Hotel New Hampshire” tegen. Het is een tijd blijven liggen door een constante toevoer van nieuwe titels het afgelopen jaar, boeken die ik meestal meteen wou lezen zodra ik ze in handen had. Maar wat beter om het nieuwe jaar te beginnen dan een degelijk voorbeeld van wat ik beschrijf als de great American novel. Irving schrijft hier een familiesaga, de spontane ondernemingsplannen van een pater familias die zijn gezin meesleurt in zijn enthousiasme, in dit geval een eufemisme voor onbezonnenheid. Vader wil immers een hotel uit de grond stampen, in het voormalige gebouw van een opgeheven meisjesschool. Ondertussen vechten de kinderen ook voor hun plaats in de samenleving, met allerlei obstakels te overwinnen. Het boek was minder gewichtig dan verwacht, met best wat humor in dezelfde stijl, hoewel minder absurd, als Dean Koontz steekt in boeken als “Life Expectancy” en “Relentless”. De groepsgesprekken die het gezin onderling voert, zijn vaak hilarisch.  Een struikelblok is het vertelperspectief: John, één van de kinderen, vertelt over alles wat er in zijn jeugd gebeurd is, ver na de feiten. Dit creëert afstand tot de gebeurtenissen. Niet altijd, soms zit je midden in de actie, maar vaak leest zijn verhaal als een samenvattend verslag. Irving daalde ook even in mijn achting bij een afschuwelijke verkrachtingsscène. Afschuwelijk niet omwille van de verkrachting zelf, een loederlijke daad, maar omdat het bijna in het voorbijgaan wordt vermeld, met een paar slapstick beelden als details, als was het één van de andere grappige anekdotes, waarbij de impact van het gebeuren op het personage in kwestie nauwelijks aan bod komt. Gelukkig maakt hij het goed in de rest van het hoofdstuk, krijgen de daders hun verdiende loon en het slachtoffer meer aandacht. Irving geeft dan uiteindelijk dezelfde kritiek die ik hier net geef, om het personage dat het probleem in feite negeert, er opnieuw mee te confronteren. De tweede helft van het boek is de schrijfstijl beter, en krijgt het zelfs ware thriller-allures. We lezen niet langer een verslag lang na de feiten, maar zitten tussen de familieleden en ervaren tegelijkertijd wat zij ervaren. Irving herhaalt de boodschap die hij wil meegeven wel vaak, en dat steekt soms wat tegen. Subtiel kun je hem niet echt noemen.


"Perfect" van Rachel Joyce is eigenlijk uitgekomen na de Harold Fry en Queenie Hennessey boeken, en voor "The Music Shop". Had ik dit echter eerst gelezen, dan weet ik niet of ik "The Music Shop" wel een kans had gegeven. De drie andere boeken van Joyce zijn moderne sprookjes die fel inspelen op de emoties. Naast de gevoelige raken ze ook de humoristische snaar. Het zijn feelgood boeken over personages die een duidelijke reis afleggen. "Perfect" daarentegen is heel grauw, met angst als centraal thema, angst die uitgroeit tot paranoia en psychische problemen. Het luchtige en grappige is eruit, en je voelt het hele verhaal lang dat er iets ergs zit aan te komen. De cover toont best een depressief beeld, en dat geeft duidelijk de toon van het verhaal aan. Het boek is ook heel vaag over de belangrijkste gebeurtenissen in het verhaal, en ik bladerde vaak terug naar de scènes in kwestie om proberen te ontdekken wat er nu precies gebeurd is, en eigenlijk ook óf er wel precies gebeurd is wat het hoofdpersonage denkt dat er gebeurd is. Het is best een spannend verhaal, waarbij je wil weten hoe het allemaal gaat uitdraaien. Je blijft wel met veel vragen zitten over de achtergrond en bedoelingen van de personages. Het is een reflectie van het echte leven, waar je ook niet alle antwoorden netjes voorgeschoteld krijgt, waar je geen controle hebt over alles of iedereen, waar je leven in een oogwenk een andere wending kan nemen, en waar je soms jarenlang zit af te vragen of iets nu jouw schuld was of niet. De revelatie aan het einde was wel mooi gedaan en had ik niet zien aankomen.


Soms heb je zin om eens een boek te herlezen. Deze maand was dat voor mij "All The Bright Places" van Jennifer Niven. In 2015 stond het op nummer 6 in mijn top tien. Het is een verhaal in de stijl van John Green. Violet voelt zich schuldig voor de dood van haar zus, en Finch is manisch-depressief. Ze ontmoeten elkaar bovenin een klokkentoren en redden elkaar van zelfmoord. Een vriendschap bloeit open, snel gevolgd door romantiek. De hoofdstukken wisselen het perspectief van de twee hoofdpersonages af. Finch lijkt doorheen het boek meer screentime te krijgen, maar aan het einde haalt Violet hem in. Ik twijfelde dus wie van hen nu precies hét hoofdpersonage is. Misschien is dat ook lezerafhankelijk, misschien dat mannelijke lezers voor Finch kiezen en vrouwelijke voor Violet. Bij mij kwam Finch ook duidelijker naar voren als hoofdpersonage. Hoewel dit aan het einde toch meer Violet blijkt te zijn. Hoe dan ook, het zijn twee fantastische personages die je zo over straat ziet lopen. Ze hadden het geluk elkaar tegen het lijf te lopen, ongeacht hoe kort hun tijd samen ook bleek te zijn. Ik hou van de hoop in dit boek, de liefde tussen de personages, maar ook de herkenbare gemoedstoestanden van Finch en Violets gevoel van verloren woorden. Dit is een boek dat iedereen zou moeten lezen, volwassen inbegrepen. Want ik had ook een andere gedachte bij het boek, eentje waarbij ik naar mezelf begon te kijken. Ik begon me af te vragen wanneer ik dat punt heb overschreden waarbij ik niet langer dicht bij de hoofdpersonages sta, maar eerder bij hun ouders. Ik nader de veertig, en dat geeft toch wel een ander gevoel bij het lezen van dit soort boeken. Tijdens een optreden van de laatste editie van Toast Literair speelde een groep kinderen "De Kinderspelen" van Bruegel na. Het ging er over dat spelen zo fijn was, en ze vroegen zich af hoe het zat met volwassenen, en of ze nu niet meer móchten spelen, of het gewoon niet meer wílden. En ik dacht bij mezelf, ik wil nog wél spelen! En dit soort boeken lezen. Who cares als het niet zou mogen. Ik vind dit soort boeken fijn om tussen die zwaardere, literaire werken te lezen. Een tof boek met herkenbare personages, dat je op een paar dagen uit hebt, daar geniet ik meer van dan van bijvoorbeeld een boek over de Russische deportatie in 1930.